Succesvolle terugkeer na lang blessureleed

Na een lange tijd van revalideren, is Hilde afgelopen weekend met succes teruggekeerd in wedstrijdverband. In het Russische Kazan deed ze mee aan het daar georganiseerde Grand Slam toernooi en daar haalde ze de strijd om het brons. En dat dus bij haar eerste keer judoën in wedstrijdverband, nadat ze een halfjaar geleden werd geopereerd aan haar meniscus. “De eerste partij was vooral even spannend. Daarna had ik het gevoel dat ik niets te verliezen had en ging het beter dan gehoopt.”

Eerst even terug in de tijd. Ruim een half jaar geleden moest Hilde namelijk geopereerd worden. “Mijn meniscus was gescheurd en dubbel geklapt”, vertelt ze daarover. “Het is gehecht en het herstel dat daarvoor staat is zo’n vijf tot zes maanden. Eerst mocht ik zes weken niet lopen en vervolgens nog twaalf weken niet echt buigen. Daarna kon ik beginnen met wat oefeningen en vervolgens kwam de krachttraining erbij. Op het moment dat beide benen weer gelijk waren, mocht ik beginnen met judoën. Dat is nu zo’n acht weken geleden.”

Haar eerste wedstrijd weer doen, voelde toch wel een beetje als een beloning. “Maar het was wel even weer wennen. Aan de scheidsrechter, de klok, de mat en noem het maar op. Een wedstrijd doen is toch weer anders, maar het wende ook weer snel. Ik begon tegen Zere Bektaskyzy uit Kazachstan en wist dat ik van haar kon winnen, maar juist die eerste partij weer maakte het ook spannend. Ik was blij dat dat goed ging en vervolgens waren de zenuwen en de druk er ook wel wat meer af, want de meiden waar ik daarna tegen kwam stonden allemaal hoger op de wereldranglijst. Ik had niets te verliezen.”

Sterke tegenstanders
Na die partij wachtte de Kroatische Barbara Matic en dat was wel even andere koek. Hilde: “Zij staat veertiende op de wereldranglijst en ik had één keer eerder tegen haar gevochten, op mijn allereerste Grand Slam. Toen ging ik er letterlijk in vijftien seconden vanaf met twee waza-ari’s. Ik wilde tegen haar een goede partij draaien en samen met mijn coach Garmt hadden we een goed plan gemaakt. Daarbij hadden we afgesproken dat ik geduld moest hebben en dat ging goed. Ik kreeg in het begin nog een straf voor passiviteit, maar zij maakte daarna een paar fouten en kreeg zelf drie straffen.”

(Tekst gaat verder onder de foto)

Kortom, Hilde belandde in de kwartfinale. Daarin was Maria Portela uit Brazilië de tegenstanders en ook dat was geen onbekende. “In Düsseldorf heb ik in één van de eerste rondes van haar gewonnen. Toen werd ze gediskwalificeerd en was het een korte partij. Ditmaal ging het ook best goed, maar misschien had ik toch iets meer kunnen doen. Ik kreeg nu namelijk zelf drie straffen vanwege passiviteit. Dat vond ik wel snel, maar ik kon het ook wel begrijpen. Het was vooral jammer, want echt iets verkeerd deed ik niet.”

Van herkansing naar strijd om brons
Wat volgde waren de herkansingen en daarin stond de Marokkaanse Assmaa Niang tegenover Hilde. Ook al een tegenstander die ze vaker heeft ontmoet. “Twee keer won ik van haar en één keer verloor ik. Ditmaal maakte ze in het begin al snel een waza-ari. Ik had 2,5 minuten en dat was genoeg, want ze kon zelf niet meer. En dat terwijl ik zelf amper een pauze had gehad tussen de kwartfinale en deze wedstrijd. Ik moest eigenlijk vrijwel direct weer klaar staan. Het heeft denk ik ook met een stukje mindset te maken en dat zat bij mij goed.”

En dus mocht Hilde aantreden in de partij om brons. Niet tegen zomaar iemand. Haar tegenstandster daarin was namelijk de Japanse Chizuru Arai, de wereldkampioene van 2017 en de judoka die tijdens de komende Olympische Spelen in Tokio in de -70 klasse de ‘thuis-eer’ moet verdedigen. Arai was in Kazan daarbij de eerst geplaatste. “Van haar was ik wel een beetje onder de indruk”, bekent Hilde dan ook. “Maar ook nu dacht ik; ik heb niets te verliezen en ik ga er gewoon voor. En het ging echt super goed in die wedstrijd!”

Winst of toch niet?
Sterker nog, Hilde leek het gevecht met Arai te hebben gewonnen. “Met nog anderhalve minuut op de klok gooide ik haar en kreeg ik ippon. Ze gingen echter kijken naar de beelden en het werd teruggedraaid, iets dat in een medaillewedstrijd niet vaak voorkomt. Daardoor was ik mijn concentratie toch wel wat kwijt en met die stress er nog bij, waren we alweer aan het judoën. Toen maakte ik een fout. Ik moest namelijk één ding doen en dat deed ik de hele tijd goed, tot dat moment. Toen gooide ze me direct vol op de rug. Dat was echt heel jammer.”

Het had dus heel anders kunnen lopen in de strijd om brons. “Als ik één wedstrijdmoment had overleefd, kon ik weer terug naar mijn plan. Helaas gebeurde dat niet, maar dat was ook een heel goed leerpunt. Al met al kan ik vooral met een heel positief gevoel terugkijken. Dat ik na mijn blessure nu al dit niveau laat zien, daar ben ik heel blij mee.”